Internationale vonnissen blijven vaak dode letter
Inheemse gemeenschappen in de Stille Oceaan worden steeds vaker getroffen door verwoestende stormen, veroorzaakt door opwarmende oceanen. In het Amazonegebied breiden mijnbouwactiviteiten zich uit op inheems land. In Ecuador pompen oliebronnen ondanks rechterlijke uitspraken door. En deze week vragen inheemse leiders en activisten zich op de Verenigde Naties af: hoe kunnen regeringen gedwongen worden internationale klimaatvonnissen na te leven die klimaatactie afdwingen?
Hoogste rechter: staten moeten verantwoordelijk worden gehouden
Vorige maand oordeelde het Internationaal Gerechtshof (ICJ), de hoogste rechter van de VN, in een advies dat staten die bijdragen aan klimaatverandering aansprakelijk moeten worden gehouden voor de schade die ze veroorzaken, vooral aan kleine eilandstaten. Ook het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens (IACHR) deed vorig jaar een vergelijkbare uitspraak: regeringen moeten fossiele brandstoffen verminderen en inheemse kennis integreren in klimaatbeleid. Maar deze vonnissen botsen met de harde realiteit: veel VN-lidstaten geven de voorkeur aan het negeren van hun klimaatverplichtingen.
Kloof tussen erkenning en handhaving
Deze kloof tussen juridische erkenning en daadwerkelijke handhaving is vooral zichtbaar in Ecuador. Magaly Ruiz Cajas, lid van het Hooggerechtshof van Ecuador, zei tijdens het VN-forum over inheemse kwesties: "In Ecuador is groene rechtvaardigheid geen optie, het is een verplichting." Ze wees op een uitspraak uit 2011 over vervuiling in de Vilcabamba-rivier. Toch hebben constitutionele beschermingen bedrijven er niet van weerhouden inheemse landrechten te negeren.
Juan Bay, president van de Waorani-natie in Ecuador, vertelde het forum dat zijn land zowel internationale als nationale wetten overtreedt door inheemse volkeren in vrijwillige isolatie of in de buurt van oliebronnen niet te beschermen. Volgens hem zijn deze praktijken "onverenigbaar met klimaatactie en met de rechten van inheemse volkeren".
Inheemse landverdedigers in Ecuador worden al jaren vervolgd en bedreigd. In februari nam Ecuador een wet aan die de mijnbouw versnelt en milieueisen verzwakt – ondanks kritiek van inheemse en milieuorganisaties.
Latijns-Amerika: sterke wetten, zwakke handhaving
Deze problematiek is niet uniek voor Ecuador. Albert Kwokwo Barume, VN-verslaggever voor inheemse volkeren, signaleerde vorig jaar in een rapport eenzelfde patroon in heel Latijns-Amerika en de Caraïben: "De regio kent sterke juridische kaders, maar kampt met structurele problemen bij de uitvoering. Zelfs gunstige vonnissen worden ondermijnd door slechte handhaving en gebrek aan consultatie."
Oproep tot actie: vonnissen moeten worden geclaimd
Luisa Castañeda-Quintana, directeur van de organisatie Land is Life, benadrukte tijdens het VN-forum dat deze vonnissen geen symbolische statements zijn, maar instrumenten van macht. "Ze kunnen en moeten worden gebruikt om de positie van inheemse volkeren te versterken in elke arena waar hun toekomst wordt beslist. Maar daarvoor moeten inheemse gemeenschappen deze vonnissen opeisen, integreren in hun rechtenverhalen en ze meenemen naar elke plek waar beslissingen over hun leven worden genomen."
Ook krachtige staten bieden weerstand. Vanuatu en een dozijn andere landen pleitten eerder voor een bindend klimaatverdrag, maar de implementatie blijft achter. De uitdaging is nu: hoe zorgen we ervoor dat deze vonnissen niet alleen op papier staan, maar ook daadwerkelijk leiden tot bescherming van inheemse landen en rechten?